Leestijd: ongeveer 15 minuten

Als communicatie lastig gaat, en praten niets oplost, helpt het soms om van een afstandje te kijken naar wat er in zo’n gesprek gebeurt. Even de inhoud loslaten, en ook je eigen gevoel onder de loep nemen. De bril van een ‘theorie’ kan je helpen om de situatie helder te krijgen. De dramadriehoek is zo’n theorie.

DE DRIE ROLLEN VAN DE DRAMADRIEHOEK

Volgens de dramadriehoek is er, als het communiceren over een probleemsituatie niets oplost, vaak sprake van ineffectief gedrag bij de deelnemers. Hun gedrag valt uiteen in drie rollen die elkaar ‘gevangen houden’ in het drama: de rol van Redder, de rol van Slachtoffer en de rol van Aanklager. De dramadriehoek heet niet alleen driehoek omdat er drie rollen zijn die op elkaar inwerken. De naam verwijst ook naar de bermudadriehoek die, zo wil het verhaal, in staat is om alles waar een beetje vaart in zit in een bodemloze put te laten verdwijnen.

Achter elke rol zit een positieve behoefte, maar er gaat iets mis.


Korte schets van de drie rollen

Laat me de rollen kort voor je schetsen: daarna ga ik er uitgebreider op in.

  1. Slachtoffer
    Wie in het water valt zonder te kunnen zwemmen is een echt slachtoffer, maar wie om hulp roept terwijl hij zichzelf best zou kunnen redden, kruipt in de rol van Slachtoffer.
  2. Aanklager
    Wie een ander helemaal verantwoordelijk maakt voor de ellende, zonder zijn eigen aandeel te zien, en daarbij vaak wrokkige gevoelens koestert, neemt de rol van Aanklager aan.
  3. Redder
    En wie een ander helpt en daarbij zonder afspreken alle verantwoording van de ander overneemt, zit vast in de rol van Redder.

Voor al deze rollen geldt dat er een positieve behoefte en een oprechte vraag achter zit, maar er gaat iets mis. Daardoor kom je in een situatie terecht die jou of de mensen met wie je te maken hebt kwetst of uitput.

Herken de rollen

Je wilt nu denk ik wel weten hoe je de verschillende rollen kunt herkennen. Voor dat je verder leest: ik daag je uit om vooral naar jezelf te kijken en niet naar anderen. Welke rol nam jij in, of neem je in in concrete situaties? De situatie van een woordenwisseling met je partner of je ouders, of problematische situaties op je werk.

1. Herken de rol van het Slachtoffer

Slachtoffers hebben al snel het idee dat ze een situatie niet aankunnen. Ze denken niet goed na waardoor ze niet zien wat ze in huis hebben om een probleem te helpen oplossen. Ze gaan op in hun gevoel waardoor ze ervan uitgaan dat dingen hun overkomen. Ze zijn ervan overtuigd dat ze een ander nodig hebben om ze te redden.

Positief kenmerk van mensen in de Slachtoffer-rol is, dat zij erkennen en zich ervan bewust zijn dat ze in de problemen zitten. Dat maakt dat ze weten dat ze om hulp kunnen vragen. Maar wat ze over het hoofd zien is dat ze zelf ook kracht hebben om hun problemen op te lossen. In hun hoofd moet de ander veranderen, moet de ander iets doen om een einde aan de vervelende situatie te maken: zij kunnen niets doen. Ze zullen dat hardnekkig volhouden en van iedere situatie een noodsituatie maken. Op die manier hoeven ze niet zelf aan het werk.

Slachtoffergedrag uit zich in het niet op tijd nakomen van afspraken (‘waar moet ik de tijd vandaan halen?’), vasthouden aan ongezonde relaties (‘ze heeft me beloofd dat dit echt de laatste keer is geweest’), angst om een ander te confronteren die over hun grenzen gaat (‘ik weet niet wat er dan gebeurt’), het gevoel hebben dat een ander verantwoordelijk is voor hun geluk (‘ik probeer hem al jaren te veranderen, het gaat me lukken’).

2. Herken de rol van de Aanklager

Aanklagers zetten zich in om te voldoen aan hun eigen behoeften, maar miskennen daarbij de behoeften van anderen. Er is vaak sprake van opgebouwde frustratie of oud zeer.

Positief kenmerk van mensen in de rol van Aanklager is, dat ze oog hebben voor hun eigen behoeften, en dat ze opkomen voor hun eigen belang. Maar wat ze daarbij doen is anderen benadelen, schade of leed berokkenen. Ze laten door hun gedrag zien weinig respect voor anderen te hebben.
Er worden drie vormen van de Aanklager-rol onderscheiden, de actieve, de indirecte en de passieve Aanklager. 
De actieve Aanklager voldoet met zijn gedrag aan de eigen behoeften zonder rekening te houden met anderen. Er wordt bijvoorbeeld iets geleend zonder toestemming te vragen. Een andere manier waarop de actieve Aanklager zijn rol vervult, is vanuit de behoefte om anderen te bestraffen.
De indirecte Aanklager is bezig met het bestraffen van een ander, of het nemen van wraak, via een omweg. Dat legitimeert de aanklager bijvoorbeeld zo: ’Ik kan dit niet over mijn kant laten gaan, ik stel de manager op de hoogte’. Of er wordt geklaagd over iemand, zonder eerst bij die persoon zelf verhaal te halen. Het klagen of rapporteren kan gepaard gaan met een gevoel van triomf.
De passieve Aanklager ten slotte is ook uit op het bestraffen van een ander, maar doet dat door dingen niet te doen. Hij laat anderen in de problemen komen door niet te doen wat van hem verwacht wordt, uit wrok. Een collega wordt bijvoorbeeld niet geïnformeerd over een gewijzigde vergaderlocatie.

3. Herken de rol van Redder

De Redder gaat over zijn eigen grens door dingen te doen die zij niet wil, of door meer te doen dan van haar gevraagd wordt. Van een eerlijke taakverdeling hebben zij niet gehoord. Daarbij heeft de Redder vaak gedachten dat de ander behoefte heeft aan redding, omdat hij het zelf niet kan.

Positief kenmerk van mensen in de Redder-rol is, dat zij oprecht meeleven met een ander, en bezorgd om hem of haar zijn. Maar er kan een heimelijk superioriteitsgevoel achter zitten: het voelt groots om een ander te kunnen redden.

Redders zijn voortdurend aan de slag om oplossingen te bedenken of problemen op te lossen voor anderen. Daarmee gaan ze voorbij aan het gegeven dat de ander zelf ook in staat is of moet zijn, verantwoording voor zijn problemen te dragen. Ze wachten niet af tot een ander zelf de situatie inschat en om hulp vraagt.

Rolverwisseling

Als het je is gelukt om je eigen rol in bepaalde situaties terug te halen, zul je vast een voorkeursrol hebben opgespoord. Misschien ben je wel een typische Aanklager, Red je graag of past de Slachtoffer-rol je beter. Het is voor de meeste mensen helaas makkelijker om anderen in een van de rollen te zien. Je partner tijdens een ruzie. Je ouders als je naar hun onderlinge relatie kijkt. Je collega’s of medewerkers die allemaal zo hun eigen karakteristieken hebben. En weet je: het labelen van anderen in een van de drie rollen is eigenlijk een vorm van aanklagen.

Je ziet waarschijnlijk ook dat de rollen in de dramadriehoek niet vast staan. Er vindt in situaties van strubbelingen op den duur een rolverschuiving plaats, die ik de dans van de dramadriehoek noem. Geen vrije dans, maar eerder een traditionele dans waarin de passen bij voorbaat vastliggen. Tot iemand zich uit het patroon weet te bevrijden natuurlijk. Hoe dat zou kunnen, daarover zo meteen meer.

Ik probeer nu een voorbeeld van rolverwisseling te beschrijven dat je misschien aanspreekt. (Mocht je iets beters weten: mail me!

)

Stel je de volgende situatie voor: de buurman is op leeftijd en je hebt gezien dat hij zijn voortuin verwaarloost. Je trekt daaruit de conclusie dat hij het niet redt. Wat begint met het bijknippen van zijn heg, onder licht protest van de buurman, loopt uit op het meenemen van diens tuin als je met de jouwe aan de slag bent. Je buurman voorziet je altijd van koffie, die je haastig opdrinkt, want je moet weer aan de slag. Aan het einde van de klus uit hij zich altijd erg dankbaar, wat jou een goed gevoel geeft. Je begint er een beetje eer in te stellen dat zijn tuin er net zo mooi bij ligt als die van jou. Je neemt ‘m mee met mesten. Je plant bollen als verrassing voor de lente.

Dit jaar is de vakantie laat afgelopen. Op je werk val je meteen middenin grote drukte. Het is hard nodig je tuin winterklaar te maken, maar ieder weekend is het verschrikkelijk weer. Je hebt een weekje vakantie in oktober, en je bent van plan te gaan wandelen in Luxemburg. Uiteindelijk staat de natte wildernis in je tuin je zo tegen, dat je besluit om twee dagen later op vakantie te gaan. Je hebt immers de tuin van de buurman er ook bij. Het zijn twee stralende Herfstdagen. Wat was je graag aan het wandelen geweest. Na de eerste dag is jouw tuin op orde. De tweede dag ben je vroeg op en druk in die van je buurman. Als hij je tegen tienen uitnodigt voor een kop koffie blijkt het zijn verjaardag te zijn. In de woonkamer stelt hij je voor aan zijn volwassen kinderen. Je houdt de beleefdheden kort vol en vertrekt dan weer naar buiten. Aan het einde van de middag is buurmans tuin even mooi als die van jou, maar tandenknarsend heb je voor jezelf besloten dat dit echt de laatste keer was. Hij stikt er maar in: hij heeft nota bene volwassen kinderen!

Wat in dit voorbeeld begon als burenhulp groeide uit tot echt Redders-gedrag. Je deed meer dan redelijkerwijs van je verwacht werd, en had er een goed gevoel over. En je nam de buurman veel initiatief uit handen. Heb je hem door je als Redder op te stellen in de Slachtoffer-rol gemanoeuvreerd? Maar dan blijkt dat je toch wel ver over je grens gaat. De druppel is, dat je je realiseert dat buurman volwassen kinderen heeft die lekker aan de taart zitten terwijl jij je voor hun vader uitslooft. Op dat moment verschuif je inwendig van de rol van Redder naar die van Aanklager. Vol beschuldigende gedachten over de buurman en zijn kinderen besluit je tot wraak. In de Aanklager-rol zie je jezelf als Slachtoffer van de ontstane situatie.

In de Aanklager-rol zie je jezelf als Slachtoffer

Ik moet ook denken aan het lied ‘Geef mij nu je angst’ van André Hazes (wat trouwens een slechte vertaling is van het nummer ‘Gib mir deine Angst’ van Udo Jürgens uit 1982). Goed, voor één nacht is het misschien prettig de Redder uit te hangen. Zeker als er gedurende die nacht wat tegenover staat. Maar een goede basis voor een relatie lijkt het me niet. Na verloop van tijd zouden er dan wel eens liedjes kunnen volgen als ‘Ga toch op eigen benen staan’ of ‘Ik moet ook altijd alles doen’.

Achterliggende patronen

Is het eenvoudig om jezelf terug te zien in de rol van Slachtoffer, Redder of Aanklager? Waarschijnlijk heb je, zoals iedereen, je favoriete rol. Die is er ingesleten door een leven lang meespelen in het spannende spel van menselijke communicatie. Je bent je er doorgaans niet van bewust, maar je kunt die favoriete rol terughoren in de commentator in je hoofd die meepraat tijdens ontmoetingen of conflicten met anderen.

 “Naar mij wordt toch nooit geluisterd” fluistert het Slachtoffer in je hoofd. Waar of wanneer je voor het eerst die conclusie hebt getrokken is onduidelijk: misschien ben je in je jeugd niet genoeg ‘gehoord’. Misschien heb je niet genoeg onafhankelijkheid ervaren. En wat genoeg is, is heel persoonlijk, kan van nature ook heel veel zijn. Je bent gevoelig geraakt voor signalen dat anderen niet naar je luisteren, dat ze niet in je geïnteresseerd zijn of je inbreng niet op waarde schatten. Zo gevoelig, dat je iedere keer als jij de indruk hebt dat het gebeurt dat stemmetje in je hoofd hoort fluisteren. Dan wordt de Aanklager wakker en je besluit die rotzakken je rug toe te keren, ontslag te nemen of die ander voortaan wrokkig te vermijden. In tranen vertel je het een vriendin.

“Alleen als je jezelf geeft mag je er zijn” fluistert de Redder van binnen.

“Anderen zijn in wezen onbetrouwbaar” fluistert de Aanklager in je hoofd. Er is je misschien ooit eens veel pijn gedaan door iemand van wie je afhankelijk was. Misschien heb je geen veilige onvoorwaardelijke verbinding ervaren. In ieder geval stel je je nu in contact zo op, dat anderen je op den duur van zich afstoten. Door voortdurend te lopen mopperen of klagen. Door steeds geen rekening te houden met de behoeften van anderen en over hun grenzen te gaan. Als ze uit hun vel springen, schiet je in het Slachtoffer dat Aanklaagt: zie je wel jij moet me ook al niet! Ook een manier om de controle over je relaties te houden… Uiteindelijk zit er verdriet achter, onmachtig verdriet.

“Alleen als je jezelf geeft mag je er zijn” fluistert de Redder van binnen. Je werd ooit misschien alleen gezien als je je best deed, of de harmonie was het grootste als je je aanpaste. Jouw plek was die van het zorgen voor anderen. Je eigen gevoel en behoefte parkeerde je maar even, omwille van de lieve vrede. Maar wat gebeurt er als je zelf een keer omvalt? Word je dan net zo snel geholpen door anderen als jij zelf zou doen? Vast niet. Mag je dan klagen? Van de Redder mag je niet klagen, want je bent geen Aanklager. En je hebt moeite om hulp te vragen want dan zou je maar zo een Slachtoffer kunnen worden. Maar je voelt het wel ondertussen. Boosheid. En verdriet. En je laat anderen in dubio, die zo graag iets voor jou willen betekenen.

Achterliggende behoeften

De achterliggende patronen zijn waarschijnlijk oud en ingesleten. Je stapt er immer zo makkelijk in! Het vermoeden bestaat, dat die patronen op een dieper niveau gaan over wat je nodig hebt. Over wat je ooit nodig had, toen je zelfbeeld zich ontwikkelde, en wat je toen niet kreeg. Waarvoor je opvoeders niet aangeklaagd hoeven te worden: die deden naar hun vermogen hun best, daarbij ongetwijfeld meer of minder gehinderd door hun eigen behoeften. De behoeften achter de verschillende rollen zijn als volgt:

  1. De Redder: je wil gewaardeerd worden om wie je bent
  2. De Aanklager: je wilt begrip en medeleven
  3. Het Slachtoffer: je wilt bevestiging dat je zelfstandig kunt zijn.

Als aan de behoefte niet genoeg wordt voldaan terwijl je opgroeit, kun je compensatiegedrag gaan vertonen. Je pijn, boosheid en verdriet houd je voor jezelf, en ze komen er op een andere manier uit dan eigenlijk passend is. De ware behoefte gaat schuil onder een valse behoefte en de juiste reactie gaat schuil onder een andere, valse reactie.

Achterliggende patronen gaan over wat je ooit nodig had, maar niet kreeg.

Een Redder heeft de overtuiging dat zij niet wordt gewaardeerd om wie ze is. Daarom slaat ze aan het doen. “Als ik niet gewaardeerd word, zal ik me onmisbaar maken!” Ze slikt haar eigen boosheid en verdriet in en zoekt in plaats daarvan naar een gevoel van triomf: zie mij eens, hoe goed ik ben voor anderen. De valse behoefte die hierbij hoort is superioriteit: niemand is zo goed als ik, ik ben onmisbaar. Uiteraard zul je de Redder deze dingen niet horen zeggen. Maar het feit dat hij toch op zijn vrije dag nog even zijn collega’s komt helpen, terwijl ze duidelijk gezegd hebben dat dat niet nodig is, laat zien dat hij zich onmisbaar voelt. We klagen hem of haar er niet om aan natuurlijk. Wat effectiever zou zijn is als de Redder zich reëel zorgen zou maken, met respect voor de autonomie van anderen. Nu leidt zijn valse behoefte aan superioriteit tot een zoeken naar gevoelens van triomf door ver over de grens te gaan en uitgeput raken.

Een Aanklager heeft de overtuiging dat mensen geen begrip voor hem hebben, dat ze niet bereid zijn om de dingen van zijn kant te bekijken en hem erin tegemoet te komen. Ze gaan over zijn grens. Hij uit zijn reële pijn en verdriet in kwaaiigheid. “Ze zullen in ieder geval weten wie ik ben!” Hij heeft de valse behoefte aan wraak. Maar wat het hem oplevert? Onmacht. Een leeg gevoel. We klagen hem er niet om aan natuurlijk. Hij zou beter gewoon kunnen leren opkomen voor zijn eigen belang, zonder de belangen van anderen compleet te negeren. Begrip vragen: hij verdient het immers. Nu leidt zijn behoefte aan wraak tot het afbreken van contacten en toenemende isolatie.

Een Slachtoffer heeft de overtuiging dat hij het gewoon niet kan, wat ook maar. Hij mist de support van anderen die hem in zijn autonomie bekrachtigen. Zijn boosheid en verdriet uit hij in zelfmedelijden. “Dan zullen ze me tenminste zien in mijn hulpeloosheid.” Hij wordt ziek, zwak en misselijk, is tot niets in staat en zorgt er op die manier voor dat mensen hem helpen en redden. Die invloed geeft een zeker superioriteitsgevoel. Hij kan kwaad worden als de hulp van een ander niet blijkt te helpen. We klagen hem er niet om aan natuurlijk. Hij zou beter gewoon contact kunnen maken met zijn eigen kwetsbaarheid, en die erkennen zonder zelfmedelijden. Om van daaruit te zoeken naar ervaringen van kracht en autonomie. Nu leidt zijn hulpeloosheid immers tot het afstoten van andere mensen.

Het uitleven van een van de rollen in de dramadriehoek werkt als een boemerang. Je zendt de verkeerde signalen uit, vanuit een verkeerd beeld van wat je nodig hebt, en wordt daarom nooit bevredigd in je werkelijke behoeften. Met gevoelens als onmacht, uitputting, frustratie en eenzaamheid als gevolg.

Tips om in de dramadriehoek terecht te komen

Als je in een van de rollen van de dramadriehoek terecht wilt komen, met als gevolg dat degene met wie je te maken hebt ook in zo’n rol stapt, moet je een van de volgende zeven dingen doen. Ook een handig lijstje om even langs te lopen voor het geval je dit toevallig doet…

Even je verstand uitzetten en er alleen maar voor die ander zijn.

Tip 1: Kom met oplossingen als een ander een probleem heeft
Bij veel mensen gaat de oplosmachine hard aan de slag wanneer een ander een probleem uit. Nog voordat de ander helemaal heeft hoeven uit te leggen wat er zo erg of vervelend is, laat staan om hulp gevraagd heeft, heb jij al een eerste antwoord. Wat ben je hard aan het werk.

Tip 2: Schuif zoveel mogelijk af, vooral de dingen die tot jouw takenpakket behoren
Er zijn zoveel dingen waar jij geen tijd voor hebt, of die een ander waarschijnlijk beter kan dan jij! En bovendien heb je wel wat beters te doen. Belangrijker werk. Of een afspraak na het werk waarvoor je niet te moe moet zijn. Je wilt trouwens ook wel wat eerder weg.

Tip 3: Neem alle verantwoordelijkheid op je, of neem geen enkele verantwoordelijkheid
Je kunt alles aan, laat het maar komen. Of de problemen die een ander heeft zijn haar/zijn problemen, niet die van jou, niet mee aankomen dus!

Tip 4: Blijf geduldig, blijf altijd geduldig
Je wordt uitgescholden en onterecht beschuldigd, of er wordt uren bij je uitgehuild, en de volgende dag weer, en dan weer, zonder ophouden. Maar dat moet kunnen he, want je moet een goed mens zijn, geduldig en verdraagzaam. Jij hebt niet zoveel nodig: je bent een gever!

Tip 5: Vraag niet naar de feiten, dat is niet nodig
Wat de ander beweert is waar voor haar of zijn gevoel. En dat is het belangrijkste. Daar moet je naar luisteren, daar moet je op reageren. Met oplossingen en geduld. Even je verstand uitzetten en er alleen maar voor die ander zijn.

Tip 6: Ga actief zitten zodat duidelijk is dat jij het wel weet en hard werkt
De ander moet wel op jou kunnen bouwen, en voelen dat je voortdurend de volle aandacht voor hem hebt. Jij weet wat de ander denkt, en die ander hoeft het niet eens uit te spreken. Het schuiven in de stoel, het ongemakkelijk kuchen, het in bedekte termen praten (jij weet dat het bedekte termen zijn): jij weet meteen hoe je het moet opvatten. Zeg het nu maar, zeg maar dat ik het weer verkeerd heb gedaan, zeg maar dat ik er niet toe doe! Of… ik zal invullen wat jij denkt en bedoelt, en er dan een oplossing aan vast breien.

Om uit de dramadriehoek te komen: de kwaliteitendriehoek

Stel, je constateert dat je in de relatie met iemand anders verstrikt bent geraakt in de dramadriehoek, wat doe je dan? Je hebt inmiddels geleerd dat je een ander niet moet aanklagen omdat hij of zij in een van de rollen terecht is gekomen. Kijk eerst eens naar jezelf, welke rol jij het makkelijkste aanneemt. We hebben nu eenmaal allemaal ingesleten patronen en te weinig vervulde behoeften. Het was goed om daar in het bovenstaande uitgebreid aandacht aan te geven. Eerst moet je de behoeften gaan zien, ze leren kennen. Want vervolgens kun je, door ruimte te geven aan die behoeften en ze positief tegemoet te treden, aan de dramadriehoek ontsnappen. Je stapt als het ware uit je rol, stopt met het uitleven van het verkeerde gedrag om te krijgen wat je nodig hebt. Door je behoefte op het spoor te komen, kun je je zo gaan gedragen dat die behoefte ook vervuld wordt. Je weet nu wat er echt aan de hand is, en kunt naar de werkelijke kwaliteiten van iedere rol kijken.

Een Slachtoffer is kwetsbaar en heeft steun nodig.
Een Aanklager kan goed zijn grenzen aangeven.
Een Redder is zorgzaam naar anderen.

Van de dramadriehoek kun je nu overstappen naar de kwaliteitendriehoek. Die heeft ook drie posities: de zorgende positie, de assertieve positie en de kwetsbare positie. Het kenmerk van iedere positie is dat degene die hem inneemt de sterke kant uit in gedrag, zonder daarbij over de grenzen van anderen heen te gaan.

<blockquote> Door je behoefte op het spoor te komen, kun je je zo gaan gedragen dat die behoefte ook vervuld wordt.</blockquote>

1. Redder wordt Zorgzame

De Zorgzame mens is oprecht betrokken bij anderen, ziet hun kwetsbaarheid en nood. Zorgzame mensen zijn ook gevoelig voor hun eigen kwetsbaarheid en behoeften. Zorgzame mensen respecteren bij de ander de vaardigheid om zelf na te denken, en zijn probleemoplossend vermogen. Ze vragen aan de ander wat die wil en wenst. Ze nemen de ander het probleem niet zomaar uit handen: alleen als de ander dat aangeeft, en voor beperkte tijd. Zorgzame mensen zorgen ook goed voor zichzelf: door verwachtingen helder te krijgen, duidelijk afspraken te maken en het evenwicht tussen geven en ontvangen te bewaken. 

“Door goed voor mezelf te zorgen, kan ik goed voor een ander zorgen.”

2. Aanklager wordt Assertieve

De Assertieve mens kan goed voor zichzelf opkomen, maar heeft geen behoefte om anderen te beschuldigen of te bestraffen. Ze vechten om iets te veranderen. Daarbij weten ze dat verandering voor anderen onaangenaam kan zijn. Ze zullen de grenzen van anderen aftasten, maar wel waarderen. Onderhandelen is een goede manier om problemen op te lossen.

“Door duidelijke grenzen aan te geven, bescherm ik mezelf en de ander.”

3. Slachtoffer wordt Kwetsbare

De Kwetsbare mens realiseert zich dat hij een of ander probleem heeft. In tegenstelling tot Slachtoffers houden kwetsbare mensen hun hoofd erbij. Ze zoeken zelf naar een oplossing, en gebruiken daarbij het contact met hun eigen gevoel. Ze vragen om hulp van anderen, advies, zoeken steun.

“Ik kan het zelf, maar hoef het niet alleen te doen.”

Het gaat er niet om nooit meer in de dramadriehoek te stappen. Het gaat erom te merken wanneer dat gebeurt

Behoeften erkennen en kwaliteiten inzetten

In een vastgelopen conflict, of een ineffectief relatie- of interactiepatroon, kan inzicht in de verschillende rollen en de achterliggende behoeften helpen. Door je daarop te richten, de behoeften te erkennen en kwaliteiten te leren inzetten, kun je zelf een stap vooruit maken. Je kunt ook een ander stimuleren om aan de werkelijke behoefte te voldoen, en zijn kwaliteiten in te zetten. Het gaat er niet om nooit meer in de dramadriehoek te stappen. Het gaat erom te merken wanneer dat gebeurt.

Hoor je jezelf in de rol van Aanklager? Ga dan eens na waar je grenzen zijn overschreden, en zoek naar een effectieve manier om alsnog grenzen te stellen.

Als je teveel aan het Redden bent (aan het “redderen”) doe dan even een stapje terug en kijk waar de ruimte zit voor zelfzorg, rust en ondersteuning voor jou. Als je Slachtoffer bent, kijk dan waar je precies gekwetst bent, en welke steun van wie je kunt vragen om te helen.

Als een ander zich naar jou uit als Slachtoffer, stap dan niet in de Redderrol maar word zorgzame en onderzoek waar de kwetsbaarheid of gekwetstheid van de ander zit. Wat heeft die ander dan nodig om eruit te komen? Wat kan hij daaraan zelf bijdragen?

Als een ander zich naar jou als Aanklager uit, erken dan dat er een grens is overschreden, en kijk naar welke grens. Help de ander verwoorden wat er dan, met respect voor de grenzen, zou moeten gebeuren en maak daar afspraken over.

Als een ander zich naar jou uit als Redder, erken dan de zorg die gegeven wordt en de kwetsbaarheid die dat nodig maakt. Zoek wel naar de grenzen, zodat de ander niet meer doet dan de situatie vraagt, en de autonomie van iedereen gerespecteerd wordt.

Als een ander zich naar jou als Aanklager uit, erken dan dat er een grens is overschreden, en kijk naar welke grens.

Zwelg erin, lach erom

Af en toe lekker opgaan in een van de rollen kan natuurlijk helemaal geen kwaad. Doe dat niet in de situatie, maar als je met een goede vriend of vriendin je dag, je week of je werk bespreekt. Jezelf even flink horen beschuldigen, grienen of zorgen is soms even lekker. Vergeet niet om daarna hard om jezelf te lachen: dat heb je nodig om ruimte te vinden voor jouw werkelijke behoeften en die van de ander.