Leestijd: ongeveer 2 minuten

De dominostenen hadden altijd ruzie als ze weer in de doos lagen.

Dat kwam zo.

Elke keer als ze uit de doos gehaald werden, werden ze neergezet. Maar als ze allemaal waren neergezet, kwam telkens weer het moment dat ze omvielen. En dát wilden ze helemaal niet. Want omvallen is niet fijn.

Toch gebeurde het iedere keer weer.

Als ze dan opgeraapt waren en terug in de doos gegooid, maakten ze ruzie met elkaar. Mopperden op de steen die als eerste gevallen was. Dat was steeds weer iemand anders. Maar dat maakte niet uit: iedereen in de doos viel over hem heen.

Moet je voorstellen hoe ze dan de volgende keer weer in hun rijtje stonden. Elke steen stond te bibberen of hij het zou zijn vandaag. Degene die als eerste omviel. Angstig afwachten. En ja hoor, daar ging het hele zooitje weer: ‘Au! Au! Nee! Au!’

Op een dag had een van de stenen er genoeg van. Hij stond in de rij. Halverwege, zover hij kon zien. Dat was een goede plek. Hij zou waarschijnlijk niet als eerste omvallen. Maar toch. Kon hij maar blijven staan, dan hoefde hij de doos niet weer in. Dan hoefde hij niet weer midden tussen ruziënde dominostenen te liggen. In het donker. Onder de deksel.

Deze steen nam een besluit. Hij zou niet vallen.

Toen dus het vallen begon – inderdaad was hij niet degene die werd omgeduwd- en het ‘Au! Au! Nee! Au! Nouhou!’ opsteeg zette hij zich schrap. Hij probeerde wortels te krijgen op de grond waarop hij stond. Zich zwaarder te maken dan het stukje plastic dat hij eigenlijk was. ‘Gewapend beton!’ dacht hij ‘Ik ben gewapend beton! Gewa-‘

Wauw. Zijn buurman viel om. Tegen hem aan. Maar hij bleef staan. Hij bleef staan! En door de kracht waarmee zijn buurman omgevallen was, botste die hard terug, tegen de steen die op zijn rug lag. En die botste weer terug tegen de vorige steen. En zo stonden plotseling alle stenen weer wankelend overeind.

Kijk, toen daarna opnieuw het rijtje stenen werd omgeduwd, hadden twee vingers die ene steen die bleef staan ertussenuit gehaald. Ze vielen allemaal weer om. ‘Au! Au! Nee! Au!’ Maar daarna in de doos was het voor het eerst geen ruzie.

Het ging niet over welke steen als eerste was omgevallen. Het ging over die ene steen die als eerste was blijven staan.

* Vrij naar een fabel van Edwin Friedman