Leestijd: ongeveer 6 minuten

We kunnen niet om verhalen heen. We vertellen ze voortdurend. En zijn er ook steeds naar op zoek: we willen geraakt worden door wat iemand vertelt. Dus weg met die associaties van ‘verhaaltjes zijn voor kinderen of voor het theater.’ Versterk je eigen boodschap door de verhaalvorm te versterken. Communiceer zo met kracht en impact. Geen zin in het hele artikel? Scroll meteen naar beneden voor drie tips.

Er was eens, lang geleden…

Als het zaallicht dimt verstommen de gesprekken. De spots boven het podium verschieten van kleur en de roodfluwelen gordijnen schuiven zacht ratelend opzij. 

Midden op het podium staat iemand met een rode jas vol frutsels en een grote hoed met veren.

Ze doet een stap naar voren, haalt adem, spreidt haar armen en begint:

“Er was eens, lang geleden, in een koninkrijk hier ver vandaan, een prinses die niets kon zien omdat haar paleis geen ramen had…”

Als dit storytelling is, dan is het niets voor mij!

Ja, als dat storytelling is… dan past het niet in onze organisatie. Verhalen zijn voor kindertjes, of voor in het theater. Hier houden we ons met de echte wereld bezig! Want wij verzinnen oplossingen voor problemen en dat doen we op een heldere doortastende manier. Op basis van feiten, zonder franje, doordacht en met vaart. Storytelling is poespas, kost teveel tijd en leidt af van waar het echt om gaat.

Natuurlijk denk jij deze dingen niet. Toch? Maar je kent wel mensen die zo denken. Ik kom ze in ieder geval wel tegen. En ik geef ze gelijk, maar ze zien het verkeerd.

Ik geef ze gelijk, maar ze zien het verkeerd.

Het is een denkfout

Mensen die twijfelen of storytelling wel iets voor hun is geef ik groot gelijk. Hoewel het een buzzword geworden is, hebben verhalen een slechte naam. ‘Hij hangt een verhaal op over zijn goede bedoelingen, maar dat is allemaal fake. Ik ken zijn ware aard.’ Bij verhalen heb je de associaties ‘niet echt’, ‘bedacht’, ‘fabeltjes’, ‘luchtfietserij’. Leuk voor in het theater maar we willen weten waar we echt aan toe zijn, toch? Feiten alstublieft!

Groot gelijk. Maar ze maken een denkfout. We zijn allemaal verhalenvertellers. En we kunnen niet anders!

We onthouden in verhaalvorm

Ons brein kan weinig tot niets met losse gegevens. We onthouden ze niet omdat we ze niet beleven. Ruik ik de eau de cologne die mijn overleden oma altijd om zich heen had hangen, dan denk ik niet alleen ‘Boldoot’ (of in het geval van mijn opa ‘Old Spice’). Er komt meteen een heel web van herinneringen, gevoelens mee. Dat komt niet doordat de ene herinnering de andere oproept, als die ene dominosteen die de volgende laat omvallen. Het komt doordat herinnering een ‘netwerk van gegevens’ is. Feiten blijven alleen hangen als ze in een web van associaties zijn ingebed: daar krijgen ze kleur van, een ziel, leven. Zo’n web is een verhaal.

Want een verhaal is een verband van oorzaken en gevolgen, roept beelden op of bestaat uit beelden, voorzien van meer of minder emotionele lading.

We zijn allemaal verhalenvertellers. We kunnen niet anders!

We denken in verhaalvorm

Als je het zo bekijkt, denken we ook in verhaalvorm. Als ik morgen een gesprek heb dat me bezighoudt, betekent dat dat ik in mijn hoofd het gesprek al voer, en me voorstel (beelden) wat ik zal zeggen. “Als zij me vraagt of ik… dan zeg ik…” (oorzaak en gevolg). Ik heb daar gevoel bij (blijdschap, spanning, weerstand).

Als ik mijn gedachten met een ander deel, dan gebruik ik de woorden “als, dan” – oorzaak en gevolg. Als ik mijn gedachten deel, dan doe ik omdat ik het belangrijk vindt, omdat iets me raakt – emotie. Ik merk dat ik goed overkom, als ik beelden gebruik die de ander herkent. En dat wil ik wanneer ik communiceer: mezelf verstaanbaar maken, zodat de ander met me meedenkt en meevoelt.

We communiceren in verhalen

E-mails, presentaties, lessen, roddel bij de koffie-automaat, anekdotes bij de vrijdagmiddagborrel, nieuwtjes, testuitslagen: het zijn allemaal pogingen om informatie over te brengen naar een ander. We kiezen daarbij van nature voor de verhaalvorm. Zo presenteren we feiten en gegevens in een logisch verband. En die vinden we belangrijk genoeg om te delen, dus voorzien we ze van een bepaalde emotionele lading (dringend, interessant, heftig, smeuïg…) Met de juiste beelden delen we ze zo, dat de ander zich er iets bij kan voorstellen.

“Ik kreeg laatst foutmelding H1045, maar toen ik de invoer controleerde was er niets aan de hand.”

We houden van conflicten

Alle mensen hebben een voorkeur voor verhalen waar een conflict of een spanning in zit. Een probleem dat moet worden opgelost, een obstakel dat moet worden overwonnen. Daar leren we immers het meeste van. In onze verbeelding maken we mee welke moeite de hoofdpersoon doet, de oplossingen die zij probeert, de opluchting als het lukt of de pijn als het niet lukt. Zo weten wij voortaan hoe het werkt, zonder het allemaal zelf te hoeven doen. “Pas op voor die manager, want wat ze me laatst heeft geflikt!…” roddels leren je over de sociale verhoudingen en de verwachtingen binnen je organisatiecultuur. “Ik kreeg laatst foutmelding H1045, maar toen ik de invoer controleerde was er niets aan de hand. Ik heb alles geprobeerd, en kwam er toen achter dat de foutmelding zelf een fout was: er werd verkeerd gemeten…” verhalen leren je alledaagse problemen op te lossen, dankzij de ervaring van anderen.

Emoties zijn de lichtkogels van de evolutie.

We willen geraakt worden

Daar ligt misschien ook wel de oer-oorsprong van het verhaal: bij het vuur de dag doornemen en informatie uitwisselen die voor het voortbestaan van de groep belangrijk is (over dreigingen van buitenaf), maar ook informatie die voor het voortbestaan van het individu in de groep belangrijk is (sociale verhoudingen, plek binnen de wereld/ de kosmos). We willen alleen belangrijke informatie, en of iets belangrijk is bepalen we op grond van hoe het verhaal ons raakt.

De evolutie heeft ervoor gezorgd dat belangrijke informatie (gevaar! voortplanting! verbinding!) emoties bij ons wakker roept. Daarom willen we alleen maar verhalen die ons raken. Emoties zijn de lichtkogels van de evolutie. Let op!

Als je de verhaalvorm van je boodschap versterkt, komt die beter over, blijft beter hangen en heeft meer invloed.

Hoezo: storytelling is niets voor mij?

De mens wordt als storyteller geboren. Dat is hoe ons denken, ons onthouden en ons communiceren werkt. Je doet het al. Niet in het theater, lekker nuchter en niet theatraal, kort en bondig, feitelijk. Maar je vertelt verhalen, ook al dacht je misschien van niet. Het verhaal is misschien wel het meest onderscheidende aan de mens: we zijn ‘storytelling animals’. Storytelling is misschien niets voor jou, maar het is wel iets van jou.

Je vertelt al verhalen: maak er bewust gebruik van

Of je nu anderen iets wilt leren, heldere opdrachten wilt geven, mensen in beweging laten komen, een boodschap goed overbrengen, jezelf zo laten zien dat anderen je onthouden – steeds ben je bezig met het overbrengen van informatie waarbij je hoopt dat die een ander raakt. Ik heb je laten zien dat je dat van nature in verhaalvorm doet (vandaar dat ongemakkelijke gevoel dat je van die droog-feitelijke powerpointpresentaties krijgt). Als je die vorm iets sterker maakt, is de impact van je verhaal groter. De boodschap die je communiceert komt beter over, blijft beter hangen, heeft meer invloed. En een goed verhaal heeft grote kans om te worden doorverteld.

Vergeet jezelf niet. Als het jou niet raakt, kun je een ander er ook niet mee raken.

Wat je kunt leren van het theater: drie tips

Theater is niets anders dan een uitvergroting van de werkelijkheid. Je duikt erin, dompelt je onder in uitvergrote gevoelens en verhalen van het echte leven, en komt weer buiten met een geleerde les of een opgedane ervaring. Verhalenvertellers in het theater weten hun verhaal zo te brengen dat de boodschap ervan optimaal overkomt. Je bent geboeid en wordt geraakt.

Hoe doen verhalenvertellers dat? Hoe kun jij dat doen, kort, feitelijk, helder, maar o zo krachtig? Drie tips om je storytelling te verbeteren.

1- Voorbereiding. Als je van tevoren weet welke boodschap je wilt brengen, kun je vast finetunen hoe je hem vertelt. Is het verband helder? Is er een spanning die de ontvanger van je boodschap boeit? Kun je er een emotie in brengen? Is het beeldend genoeg?

2- Oefening. Eigenlijk betekent dit: gewoon doen. Oefen je verhaal op een collega, op een gezinslid, en vraag reactie. Dat is heel eng. Maar hoe meer je het doet, des te lager de drempel wordt. Realiseer je dat professionele verhalenvertellers soms een half jaar bezig zijn met de voorbereiding van een voorstelling, vaak met hulp van een regisseur.

3- Authenticiteit. Vergeet jezelf niet. Als het verhaal jou niet boeit of raakt, kun je het nooit zo brengen dat het anderen boeit of raakt. Vertel daarom alleen verhalen die jou zelf raken. En als je dichtbij jezelf blijft tijdens het vertellen, kom je met je boodschap de ontvangers dichtbij.

Dacht je dat dit niet kort kon? Kijk maar eens op www.kortverhaal.com hoe je in minder dan 15 zinnen een krachtig beeld neerzet dat blijft hangen.

Ze leefde nog lang, maar vooral een stuk gelukkiger.

Natuurlijk is er veel meer te leren

Verhalenvertellers gebruiken hun stem. Ze gebruiken stilte. Ze maken grote of kleine gebaren en je kunt hun emoties van hun gezicht aflezen. Op het podium doen ze dat in het groot. In het dagelijks leven kun je dat in het klein doen: het maakt je verhaal meteen een stuk sterker.

En die prinses, die niets kon zien omdat ze geen ramen had? Met hulp van een monsterlijke kikker die opdook in het donker brak ze dwars door de muur. Daar werd haar wereld een stuk groter van. Ze leefde nog best lang, maar vooral een stuk gelukkiger!